Stel je voor: je stapt 's avonds op Amsterdam Centraal in een trein, kruipt in een comfortabel bed, en wordt de volgende ochtend wakker met uitzicht op de Alpen. Geen luchthaven, geen securitycheck, geen krimpende stoelruimte op tienduizend meter hoogte. Gewoon slapen, en aankomen.
Wat lang als een relikwie uit het verleden gold, is in 2026 een van de snelst groeiende manieren om Europa te ontdekken. De nachttrein is terug — en niet als nostalgisch curiosum, maar als serieus alternatief voor het vliegtuig.
Van vergeten vervoermiddel naar reistrend
Twintig jaar geleden leek de nachttrein op zijn retour. Luchtvaartmaatschappijen boden tickets aan voor een paar tientjes, en de ene na de andere nachttreinverbinding werd opgeheven. De CityNightLine tussen Amsterdam en Zürich? Gestopt. De directe nachttrein naar Parijs? Verdwenen. Het leek erop dat het tijdperk van slapend door Europa reizen definitief voorbij was.
Maar ergens rond 2020 begon het tij te keren. De klimaatbeweging groeide, vliegschaamte werd een begrip, en een nieuwe generatie reizigers begon zich af te vragen of er niet een betere manier was om van A naar B te komen. Het antwoord lag op het spoor — en het lag er al die tijd.

Amsterdam als Europese nachttrein-hub
Wat Nederland bijzonder maakt in dit verhaal, is de centrale positie die Amsterdam inmiddels inneemt als vertrekpunt. In 2026 kun je vanuit de hoofdstad met de nachttrein naar meer bestemmingen dan ooit in de afgelopen twee decennia.
European Sleeper rijdt naar Brussel, Antwerpen en Barcelona — en start in juni 2026 een gloednieuwe route naar Milaan via Zwitserland. ÖBB Nightjet, de Oostenrijkse nachttreinreus, verbindt Amsterdam met Wenen, Innsbruck en München. En met de komst van GoVolta in maart 2026 is er een directe verbinding naar Hamburg en Berlijn bijgekomen.
Het resultaat is een web van nachtelijke verbindingen dat zich vanuit Amsterdam over het hele continent uitspreidt. Voor het eerst in jaren kun je als Nederlander serieus overwegen om het vliegtuig te laten staan — niet uit opoffering, maar omdat het alternatief gewoon aantrekkelijk is.
Meer dan alleen duurzaam
De voor de hand liggende reden om de nachttrein te nemen is duurzaamheid. Eén nachttreinrit stoot tot 91 procent minder CO₂ uit dan een vergelijkbare vlucht. Maar wie alleen over klimaat praat, mist het grotere verhaal.
De tijdswinst is reëler dan je denkt. Ja, een vlucht naar Barcelona duurt twee uur. Maar tel daar de reis naar Schiphol bij op, het inchecken twee uur van tevoren, de securityrij, het wachten bij de gate, de bagageband aan de andere kant, en de transfer naar het centrum. Dan ben je al snel zes tot zeven uur kwijt — en dat is exclusief de stress. Een nachttrein kost je precies nul uur van je vakantie, want je slaapt onderweg.
Het comfort is flink verbeterd. De nachttrein van 2026 is niet de rammelige slaapwagon van vroeger. Moderne treinen bieden privécoupés met eigen douche, wifi en ontbijtservice. European Sleeper heeft zelfs speciale fietscoupés voor reizigers die hun tweewieler mee willen nemen naar Barcelona of Milaan.
De beleving telt mee. Er is iets onmiskenbaar romantisch aan slapend door het landschap reizen, 's ochtends de gordijnen openschuiven en een compleet ander land zien. Het is het soort reiservaring dat je niet krijgt op 35.000 voet hoogte.

De generatiekloof op het perron
Opvallend is wie er in die nachttreinen stapt. Het zijn niet alleen de milieubewuste twintigers die je misschien verwacht. De passagierssamenstelling is verrassend divers.
Jonge reizigers kiezen de nachttrein vaak vanuit ideologie — duurzaamheid als levenshouding. Ze zijn opgegroeid met het klimaatdebat en voelen zich ongemakkelijk bij elke vlucht die ze boeken. De nachttrein biedt hen een manier om te reizen zonder schuldgevoel.
Gezinnen met kinderen ontdekken het praktische voordeel: de kinderen slapen onderweg, je bespaart een hotelnacht, en je komt uitgerust aan op je bestemming. Probeer dat maar eens met een vlucht van zes uur 's ochtends naar Schiphol.
Gepensioneerden waarderen het comfort en de nostalgie. Velen van hen herinneren zich de nachttrein uit hun jeugd en zijn blij dat die optie er weer is — maar dan in een moderner jasje.
Wat al deze groepen verbindt, is een groeiende weerzin tegen de luchthavenbeleving. De eindeloze rijen, de plastic bakjes bij de security, de overvolle gates, de vertraging die je pas ontdekt als je al drie uur in de terminal zit. Steeds meer mensen zijn het simpelweg zat.

De uitdagingen die niemand noemt
Maar laten we eerlijk zijn: de nachttrein is geen perfecte oplossing. Er zijn obstakels die het enthousiasme temperen — en die in de hype vaak onbenoemd blijven.
Prijs is een serieus twistpunt. Een ligbed in een nachttrein naar Barcelona kost al snel tweehonderd euro of meer. Waar je voor vijftig euro kunt vliegen, betaal je voor de trein soms het drie- of viervoudige. De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat veel van die goedkope vliegtickets de werkelijke kosten niet reflecteren — kerosine wordt nauwelijks belast, en milieuschade wordt niet doorberekend. Maar voor je portemonnee maakt die nuance weinig uit.
Beschikbaarheid is beperkt. Nachttreinen zijn populair, en dat betekent dat plaatsen snel uitverkocht zijn, vooral in het hoogseizoen. Spontaan een nachttrein boeken is zelden mogelijk — je moet weken, soms maanden van tevoren plannen. Dat past slecht bij de last-minute mentaliteit van veel Nederlandse reizigers.
Het netwerk groeit, maar blijft bescheiden. Vergeleken met het dichte web van Europese vliegverbindingen is het nachttreinaanbod nog dunnetjes. Populaire bestemmingen als Lissabon, Athene of Stockholm zijn vanuit Nederland niet of nauwelijks bereikbaar per nachttrein. Je kunt naar Milaan en Barcelona, maar Zuid-Frankrijk, Scandinavië en het Iberisch schiereiland blijven grotendeels buiten bereik.
Wat de politiek kan doen — en nalaat
De groei van de nachttrein in Europa is grotendeels te danken aan particuliere initiatieven en buitenlandse spoorbedrijven. De Nederlandse overheid en NS spelen een opvallend bescheiden rol in dit verhaal.
Terwijl Oostenrijk met ÖBB het nachttreinnetwerk agressief uitbreidt en Frankrijk investeert in nieuw materieel, beperkt Nederland zich vooral tot het faciliteren van buitenlandse aanbieders. Er is geen Nederlandse nachttrein, geen nationaal initiatief, geen strategische spoorvisie die de nachttrein als volwaardig alternatief voor het vliegtuig behandelt.
De eerlijke ticketprijs blijft een politiek heikel punt. Zolang vliegtickets kunstmatig goedkoop zijn door belastingvrijstellingen op kerosine en het ontbreken van btw op internationale vluchten, vecht de trein met één hand op de rug gebonden. Een Europese kerosinebelasting zou het speelveld gelijktrekken — maar de politieke wil daarvoor ontbreekt vooralsnog.
Reizigers die vanuit Nederland duurzaam willen reizen, zijn daarmee afhankelijk van startups zoals European Sleeper — een sympathiek maar klein bedrijf dat met beperkte middelen grote ambities najaagt.

Europa is drie slaapjes breed
De terugkeer van de nachttrein is meer dan een reistrend. Het is een symptoom van een diepere verschuiving in hoe we nadenken over mobiliteit, comfort en tijd.
We leven in een tijdperk waarin snelheid lang het hoogste goed was. Sneller vliegen, sneller boeken, sneller ter plekke. Maar steeds meer mensen ontdekken dat de reis zelf ook waarde heeft. Dat zes uur in een comfortabel bed, wakker wordend in een nieuwe stad, meer voldoening geeft dan twee uur krampachtig in een vliegtuigstoel.
De nachttrein dwingt je om anders na te denken over afstand. Europa is niet groot — het is drie slaapjes breed. En misschien is dat precies de manier waarop we het continent opnieuw leren ontdekken: niet vanuit de lucht, maar vanuit het spoor. Slapend, dromend, en langzaam aankomend.